Engelen zijn dichtbij
1. God kent jou
Maar God ziet mensen wel. “Ik heb je bij je naam geroepen.” (Jesaja 43:1)
2. Wat zijn engelen?
God heeft engelen gemaakt om hem te dienen. (Hebreeën 1:7)
3. Maria krijgt bezoek van een engel
Maar de engel zei: “Je hoeft niet bang te zijn, Maria.” (Lucas 1:30)
4. De engelen en de herders
Daarom sprak de engel rustig tegen hen. “Ik heb goed nieuws voor jullie.” (Lucas 2:10)
5. Wees niet bang
De engel bracht goed nieuws. (Lucas 2:10)
6. Engelen helpen mensen
God zal zijn engelen bevel geven om je te beschermen. (Psalm 91:11)
7. Jezus is belangrijker dan de engelen
Alle engelen van God moeten Hem eren. (Hebreeën 1:6)
8. Engelen en gebed
Toen zond God een engel uit de Hemel om hem kracht te geven. (Lucas 22:43)
9. God ziet verdrietige mensen
Toen raakte een engel hem aan en verzorgde hem. (1 Koningen 19:5)
10. Engelen prijzen God
Engelen in de hemel zongen: “Eer aan God in de hemel.” (Lucas 2:14)
11. God beschermt mensen
God zal zijn engelen opdracht geven om je te beschermen. (Psalm 91:11)
12. God maakt alles nieuw
De dood zal er niet meer zijn. Er zal geen verdriet, pijn of huilen meer zijn. (Openbaring 21:4)